Verlopen Vriendschappen

Vrienden komen en gaan. Niet? 
Ik had vrienden op de lagere school. Niet veel, maar toch. Ik denk niet dat ik daarvan nog iemand zie en dat mis ik ook precies niet.
Ik had vrienden op de middelbare school. Niet veel, maar toch. Daar zijn een drie-tal vriendinnen van overgbleven… voor een tijdje. En dan is ook dat verwaterd. Van twee van hen, krijg ik af en toe nog updates via mama omdat zij nog werken of wonen in dezelfde gemeente dan mijn ouders. Van één van hen is er een jarenlange stilte geweest, die nu – dankzij onze verhuis, onze vraag naar dozen op facebook en haar reactie – terug nieuw leven gekregen heeft. Dit vind ik wel fijn.
Ik had vrienden op de universiteit. Veel vrienden. Daar is het voor mij ook wat veranderd. Ik leerde om meer vrienden te hebben. Een handjevol goede vrienden en veel extra vrienden. Over de jaren heen, bouw je hier een serieus aantal mee op. Ik heb dan ook iets langer over de univeristeit gedaan dan de gemiddelde student. Met een groot deel van deze vrienden hield ik ook nog contact na het universitaire leven. 
Ik had vrienden via mijn job. Niet veel, maar toch. De vrienden die ik maakte via vorige jobs, zijn spijtig genoeg ook niet blijven hangen tot nu.
Ik was – na een redelijk lange relatie die op de universiteit begon – enkele jaren de single van de vele vrienden via universiteit en werk, en ik zag die vrienden partners krijgen, trouwen, kindjes maken, huisjes kopen (niet per sé in deze volgorde). Sommigen met kinderen zag ik dan plots wat minder. Niet verwonderlijk lijkt me dat.
Vervolgens had ik zelf een vriend (Ifemi), gingen we samenwonen, verhuizen en kochten ook wij een kindje. Het aantal vrienden van toen die ik nog regelmatig zie én die ik als vrienden beschouw, kan ik op 1 handje tellen. Spijtig. Ik vraag me dan af of het komt doordat wij een kindje hebben of door de restrictie : “zij zijn niet naar ons zoontje komen zien, dus gaan wij ook niet meer naar hen”. Ik vind dat vorige niet zo’n tof principe, maar mijn vriend vindt het de logica zelve. Als één van die mensen dus nog een geboortekaartje stuurt, dan ga ik er alleen met ons zoontje naartoe. Ik vraag me af of hij gelijk heeft of niet. Zijn het nog wel vrienden als ze zelfs niet langskomen voor ons zoontje? Is dat dan zoveel gevraagd? Of zijn wij misschien gewoon meer gesloten geworden omdat wij een zoontje hebben? Is onze tijd beperkter door dat zoontje? 
Ik weet het niet. Hoe zit dat bij jullie?
En dan is het eigenlijk tijd voor nieuwe vrienden… Is het dan normaal dat je die maakt via dat zoontje? Doordat je mensen leert kennen op de creche met kindjes met ongeveer dezelfde leeftijd? Of bij Kind&Gezin omdat je daar samen zit met mensen uit de buurt? Of … ?

En met het schrijven van deze nieuwe email/post, zie ik dat mijn tags van mijn vorige post vrij raar stonden. Dat zal ik thuis nog eens moeten rechtzetten.

Kleine rechtzetting

Het enige dat ik eigenlijk net even heb rechtgezet op de posts die ik mail, zijn de tags. Een aantal van die tags worden blijkbaar met een komma opgeslaan. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Verder vind ik dat email systeem best wel tof. Het andere kleine nadeel dat ik nu merk, is dat ik dus iets trager reageer op reacties van jullie. Ik lees ze wel vlak nadat jullie ze geschreven hebben, maar het duurt even tot ik even écht op mijn blog kom… zoals nu.

Vlot Verkeer

Ik ben redelijk braaf. Té braaf soms. En in het verkeer, met mijn auto, vind ik dat dat mag. Dat dat kan. Dat dat misschien wel beter zou zijn als iedereen dat was:
– Ik rijd niet sneller dan de maximale snelheid.
– Ik stop (meestal) voor voetgangers en fietsers.
– Ik rijd niet eventjes op het fietspad omdat er op de rijbaan voor mij een auto stilstaat en naar links pinkt (meestal om een winkelparking op te rijden). Ik wacht achter die auto.
– Ik stop ook bij een groen licht als ik rechtdoor moet en het kruispunt niet vrij is.
– Ik lach naar andere mensen.
– Ik rijd niet over een witte lijn, ook al wil dat zeggen dat ik thuis altijd blokje rond moet om mijn garage in te rijden.
– Ik laat mooi ritsende mensen voor mij komen. Eentje. De volgende mag achter mij.
– Ik rijd rustig in een file. Ik moet niet per sé snel achter mijn voorligger vooruit om dan hard op mijn rem te trappen.
Maar …
– Als iemand mij de pas afsnijdt, dan duw ik op mijn toeter.
– Als ik op de autostrade kom, dan volg ik de volledige invoegstrook en ik rits op het einde. Ook al is de persoon links van mij het daar niet altijd mee eens. 
– Als iemand te dicht achter mij rijdt, dan laat ik mijn stoplichten even branden. Als dat geen effect heeft, dan rem ik even zodat ze wel meer afstand moeten laten achter mij. 

En jullie? Wat doen jullie in het verkeer? 

Tijdelijke Trommel

Gisteren kwam ik thuis. Er klonk mij al getrommel in de oren toen ik ons appartementje binnenkwam. Toen ik vervolgens de living instapte, moest ik toch even goed lachen met het tafereel voor me: Ifemi zat aan zijn bureau op zijn bureaustoel en ons zoontje stond in zijn parkje – dat naast die bureau staat. Ifemi had tussen zichzelf en het park onze papiermand omgekeerd op een doos gezet. Terwijl Ifemi al zittend trommelde op deze papiermand, stond ons zoontje in de hoek van zijn parkje, zijn armpjes uitstekend naar deze nieuw gefabriceerde trommel. En met dat ik zo glimlachend binnenkwam, kon ons zoontje niet anders dan ook zijn grootste glimlach naar boven te toveren. Zalige thuiskomst zo. 
snowflake snowflake snowflake snowflake snowflake snowflake snowflake snowflake snowflake snowflake